Page 69 of 128
22-12-2003
UW PARTNER IN DETAIL67
Vergrendelen van binnenuit Beweeg de knop
Comlaag of
omhoog om de auto van binnenuit te vergrendelen respectievelijk te ont-grendelen. Kinderslot schuifdeur Het kinderslot voorkomt dat de schuifdeur van binnenuit wordt geo-pend. Draai de hendel een kwart omwen- teling met behulp van de contact-sleutel.Vergrendelen van binnenuit De centrale vergrendeling kan wor- den ingeschakeld door op de toetsD
te drukken, mits de portieren,
schuif- en achterdeuren geslotenzijn. Ontgrendelen van binnenuit Druk op de toets D.
Ontgrendelen van binnenuit is onder alle omstandigheden moge-
lijk. Opmerking:
- portieren vergrendeld en contact uit: het controlelampje knippert,
- portieren vergrendeld en contact aan: het controlelampje blijft bran- den.
Page 71 of 128
22-12-2003
UW PARTNER IN DETAIL67
Vergrendelen van binnenuit Beweeg de knop
Comlaag of
omhoog om de auto van binnenuit te vergrendelen respectievelijk te ont-grendelen. Kinderslot schuifdeur Het kinderslot voorkomt dat de schuifdeur van binnenuit wordt geo-pend. Draai de hendel een kwart omwen- teling met behulp van de contact-sleutel.Vergrendelen van binnenuit De centrale vergrendeling kan wor- den ingeschakeld door op de toetsD
te drukken, mits de portieren,
schuif- en achterdeuren geslotenzijn. Ontgrendelen van binnenuit Druk op de toets D.
Ontgrendelen van binnenuit is onder alle omstandigheden moge-
lijk. Opmerking:
- portieren vergrendeld en contact uit: het controlelampje knippert,
- portieren vergrendeld en contact aan: het controlelampje blijft bran- den.
Page 92 of 128

22-12-2003
Deze systemen staan in verbinding
met het ABS en zijn hier een aanvul-ling op.
Het ASR-systeem past de aandrijf- kracht aan om het doorspinnen vande wielen te voorkomen via de rem-men van de aangedreven wielen en
de motor. De ASR zorgt ook voormeer koersstabiliteit bij het accelere-ren. Het ESP-systeem grijpt automatisch via het remsysteem en de motor inals de koers van de auto afwijkt vande door de bestuurder gewensterichting.
!"#
Bij een storing in de systemenzal het verklikkerlampje vande schakelaar gaan knippe-ren en het pictogram verschij-nen in combinatie met een
geluidssignaal en de melding
$ % &'" !"#$ op het
multifunctionele display.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt om de systemen te laten controle-ren."()*!+(,(-
In bijzondere omstandigheden (als
de auto vastzit in de modder,
sneeuw, in mulle grond,...) kan het
nuttig zijn de systemen ASR en ESPuit te schakelen, zodat de wielenkunnen spinnen en weer grip kunnenkrijgen. Druk op de schakelaar $
..$ , die zich in het midden van
het dashboard bevindt.
Het verklikkerlampje van de schakelaar en het pictogramgaan branden: de systemen
ASR en ESP zijn uitgescha-keld.
(,(- +/"' 0 automatisch ingeschakeld als het contact wordt afgezet.
automatisch ingeschakeld vanaf50 km/h.
handmatig ingeschakeld doornogmaals op de schakelaar tedrukken.
!"#*1 1(,(-
Als het ASR- of ESP-sys- teem is ingeschakeld, knip-
pert het desbetreffende pic-togram.
!
!
"
#$%
% !
"
!
&'()"
*
&'()"
Page 112 of 128
ZEKERINGEN VERVANGEN De zekeringenkasten bevinden zich onder het dashboard en onder demotorkap. Zekeringenkast dashboard
Verwijder de afdekplaat om bij de zekeringen te komen. De reservezekeringen en de tang B
zijn aangebracht aan de binnenkant van het deksel A.
PRAKTISCHE INFORMATIE
106
22-12-2003
Verwijderen en plaatsen van een zekering
Voordat een zekering wordt vervangen, moet eerst de oorzaak van de storing opgespoord en verholpen worden. De nummers van de zekeringen zijn aange-geven op de zekeringenkast. Gebruik de tang
B.
Vervang een defecte zekering (stroomsterkte vermeld op zekering) altijd door een zekering met dezelfde stroomsterkte.
Goed Klem B
Defect
Page 114 of 128
PRAKTISCHE INFORMATIE109
22-12-2003
Zekering Amp
Functies
1 10A Elektronische eenheid voorgloeien (diesel) - remlichtschakelaar en schakelaar koppeling- spedaal - achteruitrijlicht.
2 15 A Brandstofpomp.
3 10 A Elektronische eenheid ABS of elektronische eenheid ESP.
4 10 A Elektronische eenheid motor.
5- Vrij.
6 15 A Mistlampen v——r.
7 20 A Koplampsproeierpomp.
8 20 A Relais motorventilateur - elektronische eenheid motor.
9 15 A Dimlicht links.
10 15 A Dimlicht rechts.
11 10 A Grootlicht links.
12 10 A Grootlicht rechts.
13 15 A Claxon.
14 10 A Ruitensproeierpomp voor en achter.
15 30 A Lambdasonde - luchthoeveelheidsmeter.
16 30 A Relais luchtpomp.
17 30 A Ruitenwissers voor.
18 40 A Aanjager.
Page 115 of 128
ZEKERINGEN VERVANGEN De zekeringenkasten bevinden zich onder het dashboard en onder demotorkap. Zekeringenkast dashboard
Verwijder de afdekplaat om bij de zekeringen te komen. De reservezekeringen en de tang B
zijn aangebracht aan de binnenkant van het deksel A.
PRAKTISCHE INFORMATIE
106
22-12-2003
Verwijderen en plaatsen van een zekering
Voordat een zekering wordt vervangen, moet eerst de oorzaak van de storing opgespoord en verholpen worden. De nummers van de zekeringen zijn aange-geven op de zekeringenkast. Gebruik de tang
B.
Vervang een defecte zekering (stroomsterkte vermeld op zekering) altijd door een zekering met dezelfde stroomsterkte.
Goed Klem B
Defect
Page 120 of 128

22-12-2003
TREKKEN VAN EEN AANHANGER Gebruik uitsluitend een door
PEUGEOT goedgekeurde trek-haak. Laat een trekhaak alleen
door een PEUGEOT-servicepuntmonteren. Uw auto is hoofdzakelijk bedoeld voor het vervoer van personen enbagage, maar is tevens geschikt
voor het trekken van een aanhanger. Het rijden met een aanhanger heeft veel invloed op het rijgedrag van deauto en vergt daarom extra aan-
dacht van de bestuurder. Door een geringere luchtdichtheid nemen de prestaties van de motor afals men op grotere hoogte boven dezeespiegel komt.
Trek boven de 1000 m 10 % van het maximum aanhangergewicht af en herhaal dit voor elke volgende1000 m.Adviezen Gewichtsverdeling:
verdeel het
gewicht in de caravan/aanhanger gelijkmatig en houd u aan de toege-stane kogeldruk. Koeling: het trekken van een aan-
hanger op een helling veroorzaakt
een hogere koelvloeistoftemperatuur. De koelventilator wordt elektrisch bediend en is niet afhankelijk van hetmotortoerental. Gebruik daarom een zo hoog moge- lijke versnelling om het toerental tebeperken en pas uw snelheid aan. Het maximum aanhangergewicht is afhankelijk van het hellingspercen-tage en de temperatuur van de bui-tenlucht. Let in elk geval goed op de aanwij- zing van de koelvloeistoftempera-
tuurmeter. Als het verklikkerlampje van de koel- vloeistoftemperatuur gaat branden,stop dan zo snel mogelijk en zet demotor af. Banden:
controleer de banden-
spanning van de auto en de aan-hanger en breng deze indien nodigop de juiste waarde. Remmen: het trekken van een aan-
hanger vergroot de remweg.
Verlichting: controleer de verlich-
ting van de aanhanger.Zijwind: houd er rekening mee dat
de zijwindgevoeligheid van de auto groter is.
PRAKTISCHE INFORMATIE 113
Page:
< prev 1-8 9-16 17-24