Page 63 of 128

UW PARTNER IN DETAIL63
SLEUTELS Met behulp van de sleutel kunnen de portieren en de tankdop vergrendeldof ontgrendeld worden, kan de pas-sagiersairbag worden uitgeschakelden wordt het contactslot bediend. Centrale vergrendeling Met behulp van de sleutel in het slot van een van de voorportieren kunnende portieren en de achterdeuren gelijk-tijdig vergrendeld of ontgrendeld wor-den. Als ŽŽn van de portieren of de achter- deuren geopend is, werkt de centralevergrendeling niet. Met de afstandsbediening kunnen dezelfde functies worden uitge-voerd.Afstandsbediening
Vergrendelen Druk op de knop
Aom de auto te
vergrendelen. Het vergrendelen wordt bevestigd door het gedurende ongeveer tweeseconden branden van de richting-aanwijzers. Ontgrendelen Druk op de knop Bom de auto te
ontgrendelen. Dit wordt bevestigd door het snel knipperen van de richtingaanwijzers. Opmerking: Als de auto is vergren-
deld en per ongeluk wordt ontgren- deld zonder dat binnen 30 secondeneen van de portieren wordt geopend,wordt de auto automatisch weer ver-grendeld. Lokaliseren van de auto Om de eerder vergrendelde auto te lokaliseren op een parkeerplaats: Druk op de knop A, de plafon-
niers gaan branden en de knip- perlichten knipperen gedurendeenkele seconden.
Batterij van afstandsbedie- ning vervangen Als de batterij van de afstandsbediening leeg is, wordt dit aangegeven door eengeluidssignaal in combinatie met demelding "Batterij afstandsbediening
leeg" op het display.
Wip om de batterij te vervangen het huismet een muntstuk bij het oog los om bijde batterij te komen (CR 2016/3 V). Als de afstandsbediening na het vervan- gen van de batterij niet werkt, moet dezeopnieuw gesynchroniseerd worden. Synchroniseren van de afstandsbediening Zet het contact uit.
Zet het contact weer aan.
Druk direct gedurende enkele seconden op de knop A.
Zet het contact uit en verwijder desleutel uit het contactslot. De
afstandsbediening werkt nu weer.
22-12-2003
Page 92 of 128

22-12-2003
Deze systemen staan in verbinding
met het ABS en zijn hier een aanvul-ling op.
Het ASR-systeem past de aandrijf- kracht aan om het doorspinnen vande wielen te voorkomen via de rem-men van de aangedreven wielen en
de motor. De ASR zorgt ook voormeer koersstabiliteit bij het accelere-ren. Het ESP-systeem grijpt automatisch via het remsysteem en de motor inals de koers van de auto afwijkt vande door de bestuurder gewensterichting.
!"#
Bij een storing in de systemenzal het verklikkerlampje vande schakelaar gaan knippe-ren en het pictogram verschij-nen in combinatie met een
geluidssignaal en de melding
$ % &'" !"#$ op het
multifunctionele display.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt om de systemen te laten controle-ren."()*!+(,(-
In bijzondere omstandigheden (als
de auto vastzit in de modder,
sneeuw, in mulle grond,...) kan het
nuttig zijn de systemen ASR en ESPuit te schakelen, zodat de wielenkunnen spinnen en weer grip kunnenkrijgen. Druk op de schakelaar $
..$ , die zich in het midden van
het dashboard bevindt.
Het verklikkerlampje van de schakelaar en het pictogramgaan branden: de systemen
ASR en ESP zijn uitgescha-keld.
(,(- +/"' 0 automatisch ingeschakeld als het contact wordt afgezet.
automatisch ingeschakeld vanaf50 km/h.
handmatig ingeschakeld doornogmaals op de schakelaar tedrukken.
!"#*1 1(,(-
Als het ASR- of ESP-sys- teem is ingeschakeld, knip-
pert het desbetreffende pic-togram.
!
!
"
#$%
% !
"
!
&'()"
*
&'()"
Page 116 of 128
Zekering AmpFuncties
1 15 A Ruitenwisser achter (achterdeuren) - 12 V-aansluitingen achter.
4 20 A Multifunctioneel display - instrumentenpaneel - autoradio - stuurkolomschakelaars.
5 15 A Sirene alarm.
6 10 A Diagnosestekker.
7 15 A Alarmsysteem.
9 30 AStoelverwarming - ventilator multifunctioneel dak.
10 40 A Achterruit- en buitenspiegelverwarming.
11 15 A Ruitenwisser achter (achterklep).
12 30 A Elektrisch bediende ruiten v——r - schuif-/kanteldak.
14 10 A Servicecentrale motor - stuurkolomschakelaars - regensensor.
15 15 A Instrumentenpaneel - multifunctioneel display - autoradio.
16 30 A Bediening centrale portiervergrendeling.
20 10 A Remlicht rechts.
21 15 A Remlicht links.
22 20 A Plafonnier v——r - kaartleeslampje - aansteker - 12 V-aansluiting voor - elektrisch bedienbare spiegels.
PRAKTISCHE INFORMATIE 107
22-12-2003
Page 117 of 128

PRAKTISCHE INFORMATIE
110
22-12-2003
ACCU Laden met behulp van een acculader:
- maak de accupoolklemmen los,
- volg de aanwijzingen van de fabrikant op de acculader,
- sluit de accukabels weer aan, te beginnen met de (-) kabel,
- controleer of de accupolen en de klemmen schoon zijn. Indien ze bedekt zijn
met een (witte of groene) oxidatielaag, neem dan de accukabels los en reinig de polen en de klemmen.
Starten met een hulpaccu:
- sluit eerst de rode kabel aan op de (+) polen van de beide accu's,
- sluit de groene of zwarte kabel op de (-) pool van de hulpaccu aan,
- sluit het andere uiteinde van de groene of zwarte kabel op een zo ver moge- lijk van de accu verwijderd massapunt van de te starten auto aan.
Stel de startmotor in werking en start de motor.
Wacht tot de motor stationair draait en neem dan de kabels los.
- Maak de accupoolklemmen niet los bij draaiende motor.
- Laad de accu niet op zonder de accukabels los te nemen.
- Zet, elke keer nadat de accukabels weer zijn aangesloten, het contact AAN en wacht 1 minuut alvorens de motor te starten, zodat de elektronische systemen ge•nitialiseerd kunnen worden.
Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt als er zich na deze hande-ling toch nog problemen voordoen. Als de accu ontladen is,kan de motor niet gestartworden.
Het is raadzaam de accu los te koppelen als uw auto langer dan een
maand buiten gebruik is.
ECO-MODE Nadat de motor is afgezet, als het contact in de stand accessoiresstaat, wordt een aantal elektrischevoorzieningen (ruitenwissers, ruit-bediening, plafonniers, autoradio,enz.) na een half uur automatischuitgeschakeld, om te voorkomendat de accu ontladen raakt. Op dat moment verschijnt de mel- ding "Eco-mode actief" op het mul-
tifunctionele display.