Page 72 of 194

29-09-2003
Het navigatiesysteem helpt u
! (grafisch) beeld en
geluid om de bestemming van uw keuze te bereiken. Het systeem berust op een bestand met cartografische gegevens
" # $ %& .
Dit systeem bepaalt de positie vanuw auto met behulp van een netwerkvan satellieten. Het systeem bestaat uit de volgende onderdelen:
– Een CD-ROM-speler.
– Een configuratie CD-ROM.
– Een navigatie CD-ROM.
– Een toets voor het herhalen van het laatste gesproken bericht.
– Een toetsenbord.
– Een monochroom display CT of een kleurendisplay DT. ' ()*(+
Deze is geïntegreerd in de autoradio/telefoon GPS RT3. ,-
Toets voor uitwerpen van de CD-ROM.
- Slede voor de CD-ROM.
!$' ()*Deze bevat alle cartografische gegevens. De CD-Rom moet met de bedrukte zijde naar boven in de speler worden gestoken.
Gebruik uitsluitend de door PEUGEOT goedgekeurde CD-ROM's.
!... !. $+/#0.- Als er langer dan 2 seconden op de knop op het uiteinde van de verlichtings- schakelaar wordt gedrukt, wordt het laatste gesproken bericht herhaald.
Sommige functies of diensten in
deze handleiding kunnen variëren,
afhankelijk van de gebruikte CD-ROM en het land van bestemming.
Om veiligheidsredenen dient het invoeren van informatievoor het navigatiesysteemdoor de bestuurder uitsluitendbij stilstand plaats te vinden.
Page 79 of 194

29-09-2003
D
Het menu 7!$$ 8/.7
biedt toegang tot de volgende functies:
– wijzigen van de criteria voor de routeberekeningen.
– instellen van gesproken navigatie- aanwijzingen.
– beschrijving van de informatie met betrekking tot de navigatie- CD-ROM.
– beheer van in het geheugen opge- slagen adressen.
!$$ 8/.
De laatst gebruikte criteria worden weergegeven. Kies de gewenste criteria uit de lijst en bevestig door op de draaiknop tedrukken. Als de gewenste criteria zijn gekozen, kies dan de functie
7*<7en druk op
de draaiknop.
!$+/#0. Kies nadat u de configuratie- CD-ROM geplaatst hebt het typestem 7 8/7 of 7!53 8/7 .
Regel het volume van de gesprokenberichten door aan de draaiknop tedraaien en bevestig uw keuze doorerop te drukken.
*+/$6 Het volume kan tijdens een
bericht ook worden ingesteld met behulpvan de knop van de autoradio/telefoon
of de stuurkolomschakelaar.
=.!C Met deze functie kan een in de index opgeslagen adres worden hernoemd. Selecteer de omschrijving die overeen- komt met het opgeslagen adres om hette wijzigen. Selecteer de functie 77
en bevestig door op de draaiknop te drukken. Kies de functie 7*<7en bevestig
door op de draaiknop te drukken om de wijzigingen op te slaan.
++E.!!!$
"Navigatie stoppen" Kies deze functie tijdens het navi- geren en bevestig uw keuze.
"Navigatie hervatten"Als de navigatie gestopt is, kies dan deze functie en bevestig uw keuzeom de navigatie naar de laatst inge-voerde bestemming te starten. *+/$6 Wanneer u opnieuw
het contact aanzet, kunt u op het scherm een navigatie hervatten, dievoor het uitzetten van het contactactief was.
'!#/$
Page 80 of 194

29-09-2003
Het aan de toepassing 7!$7
gekoppelde snelmenu verschijnt in een bovenliggend venster als deze toepassing actief is in hetbasisscherm. Het menu is beperkt tot de volgende functies:
– wijzigen van de route (omleiding),
– weergave "selectie-verplaatsen op kaart"*,
– opslaan van het huidige adres (indien mogelijk het postadres en anders de GPS-coördinaten),
– wijzigen van de criteria voor de routeberekeningen,
– stoppen of hervatten van de navigatie (weergave van de melding afhanke-lijk van de uitgangssituatie).
B
57!$7404) '
"440$'. & Met behulp van deze functie kunnen berichten over de verkeerssituatieworden ontvangen (ongelukken,files, weerbericht, ...). Deze berichten kunnen tijdelijk ver- schijnen in een bovenliggend ven-ster of kunnen worden afgeluisterdals de functie gesproken berichten isgeactiveerd. Bij gebruik van de kaart*, worden spe-
ciale TMC symbolen weergegeven,afhankelijk van het type informatie. Selecteer in het menu
7 07de
functie 740 4 )
'7 . U kunt het volgende kiezen:
– "Raadplegen berichten",
– "TMC-informatie opzoeken": over een route, als een navigatieis opgestart,
over bepaalde evenementen,
in de omgeving van een plaats en/of van de auto,
– "Gesproken berichten",
– "Inschakelen/uitschakelen ver- keersinformatie".
* Uitsluitend bij DT kleurenscherm.
Page 81 of 194

29-09-2003
Het aan de toepassing 7!$7
gekoppelde snelmenu verschijnt in een bovenliggend venster als deze toepassing actief is in hetbasisscherm. Het menu is beperkt tot de volgende functies:
– wijzigen van de route (omleiding),
– weergave "selectie-verplaatsen op kaart"*,
– opslaan van het huidige adres (indien mogelijk het postadres en anders de GPS-coördinaten),
– wijzigen van de criteria voor de routeberekeningen,
– stoppen of hervatten van de navigatie (weergave van de melding afhanke-lijk van de uitgangssituatie).
B
57!$7404) '
"440$'. & Met behulp van deze functie kunnen berichten over de verkeerssituatieworden ontvangen (ongelukken,files, weerbericht, ...). Deze berichten kunnen tijdelijk ver- schijnen in een bovenliggend ven-ster of kunnen worden afgeluisterdals de functie gesproken berichten isgeactiveerd. Bij gebruik van de kaart*, worden spe-
ciale TMC symbolen weergegeven,afhankelijk van het type informatie. Selecteer in het menu
7 07de
functie 740 4 )
'7 . U kunt het volgende kiezen:
– "Raadplegen berichten",
– "TMC-informatie opzoeken": over een route, als een navigatieis opgestart,
over bepaalde evenementen,
in de omgeving van een plaats en/of van de auto,
– "Gesproken berichten",
– "Inschakelen/uitschakelen ver- keersinformatie".
* Uitsluitend bij DT kleurenscherm.
Page 112 of 194
%&"&%""!
'()*+,$+
-)?
3+@2=4,$4
84
"
-
4
8 "
-
4
8
" 5
1)1
8 &
"
! "
)
$
8
= -!
4
8
8
$
8
11
8
0 /
2/
Neem bij het verlaten vande auto, zelfs voor eenkorte periode, altijd desleutel uit het contact.
Wanneer tijdens het bedienen vanhet dak iets tussen de dak en desponning bekneld raakt, moet hetdak weer worden geopend. Drukdaarvoor op de desbetreffende
schakelaar.
Wanneer de bestuurder het dak bedient, moet deze ervan verzekerdzijn dat niets het correcte sluitenvan het dak verhindert. De bestuurder moet ervan verze- kerd zijn dat de passagiers op dejuiste manier gebruik maken van dedakbediening. Zorg ervoor dat kinderen zich tij- dens het bedienen van het dak nietkunnen bezeren.
Page 141 of 194
$#!!":"%!:8$9
""%".#!+,
#$7!%!#"!#:$$8"9
-
7
+3'# "
"
/ +':
7
#
!
"
"
- +':
"# !!"
/ 8'
7
#
!
7
"
#
!
+(
( '2
3#
7
" ""#
!
"
""
-"=$ 0
0
- "! "
"7
:"
8)=84*
!
7
"#
!"#$!%
&>
' <
$ "
9 #
"
""
# +':8'
7
! " "
#
-
! " -"
;;- !
/ ""#
! " !
7
+':8'
7
! "
, < 2(
( 2
!
! ""
! !
!
! "
@<
! "
"
! "
' $) ")<
+"
+': 8'
7
! "
!
De systemen ASR en
ESP zorgen voor meerveiligheid tijdens het rij-den. De bestuurder magzich echter nooit laten
verleiden tot het nemen van meerrisico's of het te hard rijden. De goede werking van de syste- men wordt verzekerd door denaleving van de voorschriften vande constructeur op het gebied vanwielen (banden en velgen), onder-delen van het remsysteem,elektronische onderdelen alsmedede montageprocedure en het uit-voeren van werkzaamheden door
een PEUGEOT-servicepunt. Laat het systeem na een aanrijding
controleren door een PEUGEOT-servicepunt.